Wat de GPSR regelt
De GPSR werkt als vangnet. Zij geldt voor consumentenproducten voor zover er in het Unierecht geen specifieke bepalingen met hetzelfde doel bestaan. Valt uw product al onder harmonisatiewetgeving, dan blijft de verordening gelden voor de risico’s die door die wetgeving niet worden gedekt.
Verordening (EU) 2023/988 dateert van 10 mei 2023. Zij is van toepassing met ingang van 13 december 2024. Op diezelfde datum zijn de oude richtlijn algemene productveiligheid 2001/95/EG en richtlijn 87/357/EEG ingetrokken. Buiten het toepassingsgebied vallen onder meer geneesmiddelen, levensmiddelen, diervoeder en levende planten en dieren.
De meestgemaakte denkfout is deze: mijn product heeft CE-markering, dus de GPSR gaat niet over mij. Artikel 2 zegt iets anders. Voor gedekte risico’s geldt de specifieke wetgeving, voor alle overige aspecten blijft de GPSR staan. Beide gelden dus naast elkaar.
Wie uw verantwoordelijke in de EU is
Artikel 16 is hard geformuleerd. Een product mag niet in de handel worden gebracht tenzij er een in de Unie gevestigde marktdeelnemer is die daarvoor verantwoordelijk is. Is de fabrikant buiten de EU gevestigd, dan valt die rol op de importeur, op een gemachtigde of op een fulfilmentdienstverlener.
De volgorde staat in artikel 4 van de markttoezichtverordening (EU) 2019/1020. Zit de fabrikant in de EU, dan is hij het zelf. Zit hij erbuiten, dan is de importeur aan de beurt. Is er geen importeur in de EU, dan moet er een gemachtigde zijn met een schriftelijk mandaat voor deze taken.
Die persoon is geen postbus. Hij controleert regelmatig of het product overeenstemt met de technische documentatie en of de vereisten uit artikel 9 worden nageleefd. Op verzoek van de markttoezichtautoriteit levert hij gedocumenteerd bewijs van die controles. Zijn naam en contactgegevens staan op het product, op de verpakking, op het pakket of in een begeleidend document.
Wij zien regelmatig dat een Europees adres op de verpakking staat zonder dat er afspraken achter liggen. Wie voert de controles uit? Wie bewaart het bewijs? Wie reageert binnen welke termijn op de toezichthouder? Zonder die afspraken is de vermelding een risico in plaats van een oplossing.
Wat er bij uw online aanbod moet staan
Artikel 19 stelt vier eisen aan elk aanbod op afstand. De naam en het post- en e-mailadres van de fabrikant. Bij een fabrikant buiten de EU ook die gegevens van de verantwoordelijke. Informatie waarmee het product te identificeren is, inclusief een afbeelding. En alle waarschuwingen of veiligheidsinformatie.
Dit is de bepaling die het vaakst zichtbaar misgaat. Niet omdat zij ingewikkeld is, maar omdat zij op de productpagina zelf staat. Iedereen kan haar controleren: een toezichthouder, een handelsplatform, een concurrent die een melding doet. De rest van uw dossier ziet niemand van buiten, uw productpagina ziet iedereen.
Let vooral op de waarschuwingen. Die horen in het aanbod te staan, dus voordat iemand koopt. Een waarschuwing die pas op het product in de doos staat, komt te laat voor deze bepaling.
De documentatie die u tien jaar bewaart
De fabrikant voert voor het in de handel brengen een interne risicoanalyse uit en stelt technische documentatie op. Die bevat ten minste een algemene beschrijving van het product en de kenmerken die voor de veiligheid van belang zijn. De documentatie blijft actueel en tien jaar beschikbaar voor de autoriteiten.
Zijn er risico’s aan het product verbonden, dan hoort er meer in: een analyse van die risico’s, de maatregelen die u nam om ze weg te nemen of te verkleinen, de resultaten van testrapporten en een lijst van de Europese normen die u hebt toegepast. Past u een norm maar gedeeltelijk toe, dan geeft u aan welke onderdelen dat zijn.
Die laatste zin wordt vaak overgeslagen. Een testrapport dat naar een norm verwijst zonder te zeggen welke clausules zijn beproefd, is bij een controle lastig te verdedigen.
Twijfelt u of uw dossier een controle doorstaat?
Laat kort weten om wat voor producten het gaat. Wij nemen contact op met wat wij kunnen doen en wat het kost.
Wat een terugroeping van u vraagt
Bij een terugroeping om veiligheidsredenen moet u de consument een doeltreffende, gratis en tijdige oplossing bieden. U geeft daarbij de keuze uit ten minste twee van drie mogelijkheden: reparatie, vervanging door een gelijkwaardig veilig product of terugbetaling van minimaal de door de consument betaalde prijs.
Slechts één optie aanbieden mag alleen wanneer de andere onmogelijk zijn of onevenredig hoge kosten meebrengen. Dat is een uitzondering die u moet kunnen onderbouwen, geen standaardkeuze.
Het terugroepbericht heeft bovendien een voorgeschreven vorm. Het draagt de kop Terugroeping in verband met de productveiligheid, is opgesteld in de taal van de lidstaat waar het product op de markt is gebracht en bevat een duidelijke beschrijving van het product met afbeelding. Melden aan de toezichthouder loopt via de Safety Business Gateway.
Handelsplatformen en de Safety Gate
Verkoopt u via een handelsplatform, dan zit uw listing in een keten van toezicht. Krijgt het platform van een markttoezichtautoriteit een bevel om een aanbod te verwijderen of ontoegankelijk te maken, dan moet het dat binnen twee werkdagen na ontvangst uitvoeren en de autoriteit informeren.
Dat tempo bepaalt uw risico. Uw omzet ligt sneller stil dan een bezwaar wordt behandeld. Daarom is de volgorde belangrijk: eerst de gegevens uit artikel 19 op orde en het dossier compleet, dan pas schalen. Platformen vragen zelf ook steeds vaker om dezelfde gegevens voordat een listing live mag.
Wat u nu zou controleren
Begin bij de vraag wie uw verantwoordelijke in de EU is en of die rol werkelijk is belegd. Loop daarna een steekproef van uw productpagina’s langs op de vier verplichte gegevens. Controleer tot slot of u per artikelnummer de bijbehorende documentatie kunt terugvinden.
- Stel per leverancier vast wie de verantwoordelijke in de EU is. Leg schriftelijk vast wie de controles doet en wie het bewijs bewaart.
- Controleer tien willekeurige productpagina’s op de vier gegevens uit artikel 19. Wat u bij tien vindt, geldt vrijwel altijd voor de rest.
- Zet de waarschuwingen in het aanbod zelf, niet alleen op het product of in de handleiding.
- Vraag per product de risicoanalyse en de testrapporten op. Kijk of daarin staat welke normonderdelen zijn toegepast.
- Leg vast hoe u een melding doet via de Safety Business Gateway en wie dat binnen uw organisatie mag doen.
Uw assortiment langs de GPSR
Wij bepalen per productgroep welke eisen gelden, beleggen de rol van verantwoordelijke en bouwen de documentatie waarmee u een controle doorstaat. Vaste prijs vooraf.
Bekijk onze dienstenVerordening, geen richtlijn
In de praktijk spreekt vrijwel iedereen over de nieuwe machinerichtlijn, maar 2023/1230 is een verordening. Dat verschil telt: een richtlijn moest elke lidstaat eerst in eigen wetgeving omzetten, met ruimte voor interpretatie. Een verordening geldt rechtstreeks en gelijk in alle lidstaten.
De aanleiding voor de vernieuwing is dat machines allang niet meer alleen uit staal, knoppen en motoren bestaan. Ze zijn verbonden, bevatten software, krijgen updates en kunnen deels zelfstandig functioneren. Dat brengt risico’s mee die de richtlijn uit 2006 niet kende.
Daarnaast wilde de wetgever scherper vastleggen wie verantwoordelijk is als een machine wordt aangepast of omgebouwd en daarna opnieuw op de markt komt. Daar zat veel grijs gebied. Dat wordt nu kleiner.
Cybersecurity en software
Waar de oude richtlijn vooral op mechanische en elektrische gevaren zag, benoemt de verordening uitdrukkelijk de risico’s van digitale techniek. Het gaat om bescherming tegen manipulatie, om ongewenste beïnvloeding van veiligheidsfuncties en om risico’s die ontstaan doordat een machine verbonden is.
Dat verandert wat een CE-markering u vertelt. Weet u niet hoe de fabrikant omgaat met software, updates en beveiliging, dan zegt die markering minder dan u denkt. Bij machines met functies op afstand of een bijbehorende app wilt u die vragen vooraf stellen en het antwoord vastleggen.
Kunstmatige intelligentie in veiligheidsfuncties
De verordening houdt rekening met machines waarin kunstmatige intelligentie een rol speelt in een veiligheidsfunctie. Dat betekent niet dat zulke techniek verboden is. Wel wordt de lat hoger zodra het gedrag van een veiligheidsfunctie kan veranderen of minder voorspelbaar is. Dan kan een zwaardere beoordelingsroute gelden.
Praktisch: heeft uw machine een functie die zichzelf aanpast en raakt die de veiligheid, ga er dan van uit dat de conformiteitsbeoordeling ingewikkelder wordt dan u gewend bent.
Wanneer een wijziging u fabrikant maakt
Wie een machine zo wijzigt dat de veiligheid wezenlijk verandert, kan als fabrikant worden aangemerkt. U moet dan voor het gewijzigde deel opnieuw aan de eisen voldoen. Soms geldt dat voor de machine als geheel. De verordening maakt dat begrip substantiële wijziging duidelijker dan de richtlijn deed.
Dit raakt iedereen die machines reviseert, retrofit, ombouwt of onder eigen naam laat aanpassen. Een verbouwing die u als onderhoud ziet, kan juridisch een nieuwe machine opleveren met uw naam eronder.
De verordening moderniseert de categorieën waarvoor een zwaardere beoordelingsroute geldt, waarbij vaker een aangemelde instantie nodig is. Valt uw assortiment daaronder, dan bepaalt dat direct wat uw leverancier moet kunnen aantonen.
Digitale handleidingen
Instructies mogen onder de verordening vaker digitaal worden aangeboden, mits u dat toegankelijk en vindbaar inricht. In bepaalde situaties moet een papieren versie nog steeds worden geleverd of op verzoek beschikbaar zijn. Het is dus geen vrijbrief om alleen een bestand ergens neer te zetten.
De vraag die telt is procesmatig: kunt u per product aantonen dat de juiste instructie in de juiste versie beschikbaar was voor de gebruiker. Dat vraagt om versiebeheer, niet om een downloadpagina.
Twijfelt u of uw machine hieronder valt?
Laat kort weten om wat voor machine het gaat. Wij nemen contact op met wat wij kunnen doen en wat het kost.
Wanneer het ingaat
De verordening is vastgesteld op 14 juni 2023 en trad in werking op 29 juni 2023. Voor het op de markt brengen van machines geldt zij vanaf 20 januari 2027. Tot die datum blijft de Machinerichtlijn 2006/42/EG leidend, ook al staat de nieuwe tekst al vast.
Dat lijkt ver weg. Heeft u veel artikelnummers, meerdere leveranciers of verkoop via handelsplatformen, dan is het dat niet. Documentatie opschonen, leveranciersafspraken maken en productdata op orde brengen kost vrijwel altijd meer tijd dan verwacht.
Wat u nu zou regelen
Begin bij de scope en bij uw leveranciers. Bepaal welke producten onder de verordening gaan vallen en vraag per machine op hoe de fabrikant omgaat met software en beveiliging. Leg vast wie welke documentatie levert. Dat werk is nodig, ongeacht de exacte ingangsdatum.
- Bepaal welke producten in scope komen. Niet alleen complete machines, ook bepaalde veiligheidscomponenten en soms software die de veilige werking raakt.
- Vraag bij connected machines na hoe updates en beveiliging zijn geregeld. Leg de antwoorden vast.
- Breng in kaart welke wijzigingen u zelf aanbrengt. Toets daarna of die als substantieel gelden.
- Controleer of uw instructies per variant in de juiste versie beschikbaar zijn.
- Ga na of uw assortiment onder de gewijzigde hoogrisicocategorieën valt.
Machines op de markt brengen
Wij bepalen welke eisen op uw machine van toepassing zijn, voeren de risicobeoordeling uit en bouwen het dossier waarmee u de verklaring ondertekent. Vaste prijs vooraf.
Bekijk het CE-trajectVan richtlijn naar verordening
De oude speelgoedregels stonden in Richtlijn 2009/48/EG, die elke lidstaat zelf in nationale wetgeving moest omzetten. Daardoor verschilden de uitleg en de handhaving per land. De nieuwe regels staan in een verordening en gelden daarom rechtstreeks en gelijk in alle lidstaten.
Dat verschil is groter dan het klinkt. Een verordening laat minder ruimte voor interpretatie en legt meer nadruk op aantoonbaarheid. Voor u betekent dat vooral: toezichthouders en handelsplatformen gaan dezelfde eisen hanteren, ongeacht waar u binnen de EU verkoopt.
De aanleiding is bekend. Speelgoed is een categorie waarin relatief vaak veiligheidsproblemen worden vastgesteld. Daarbij is de markt sterk veranderd. Consumenten kopen vaker rechtstreeks bij aanbieders buiten de EU, het aantal verkopers via platformen is gegroeid en dropshipping heeft de keten ondoorzichtiger gemaakt.
Het digitaal productpaspoort
Vanaf 1 augustus 2030 moet al het speelgoed op de Europese markt een digitaal productpaspoort hebben. Dat wordt ontsloten via een scanbare gegevensdrager, in de praktijk een QR-code op het product, de verpakking of de bijbehorende documentatie. Het paspoort ontsluit de identificatie en de veiligheidsinformatie van het product.
Het doel is dat kerninformatie digitaal toegankelijk is voor consumenten, toezichthouders en de douane. Denk aan identificatie, traceerbaarheid en de veiligheidsinformatie die bij het product hoort. Daarmee kan een controle sneller en consistenter.
Die twee worden vaak door elkaar gehaald. Het technisch dossier blijft de onderbouwing waarmee u aantoont dat uw product voldoet. Het paspoort is de digitale toegang tot de kerninformatie en de productidentificatie. Het een vervangt het ander niet.
Twijfelt u wat dit voor uw speelgoed betekent?
Laat kort weten om wat voor speelgoed het gaat. Wij nemen contact op met wat wij kunnen doen en wat het kost.
Wat verandert er voor online verkoop
De verordening stelt eisen aan de informatie die vóór aankoop beschikbaar moet zijn. Denk aan de CE-informatie, de veiligheidswaarschuwingen en de toegang tot het digitale paspoort. Compliance gaat daarmee niet alleen over wat er op het product staat, maar ook over wat er op uw productpagina staat.
Verkoopt u dezelfde producten via meerdere kanalen, dan moet die informatie overal hetzelfde zijn. Een waarschuwing die op uw eigen webshop staat maar niet in uw listing op een handelsplatform, is een gat dat bij een controle opvalt.
Voor webshops met veel varianten, bundels of private label vraagt dat om strak variantbeheer. Een klein verschil in materiaal, leeftijdsindicatie of waarschuwing bepaalt welke informatie u moet tonen en welke onderbouwing u nodig heeft.
Strengere chemische eisen
De verordening verbiedt meer stoffen dan de oude richtlijn en verbreedt de aandacht naar stofgroepen met extra risico voor kinderen. Het gaat onder meer om PFAS, hormoonontregelaars, huidsensibilisatoren en bepaalde bisfenolen. Ook allergene geurstoffen worden verboden in speelgoed voor jonge kinderen.
Dat verbod op geurstoffen geldt voor speelgoed voor kinderen jonger dan drie jaar en voor speelgoed dat bedoeld is om in de mond te nemen.
Dat raakt uw inkoop. Een leverancier die zegt dat het product voldoet aan de oude richtlijn, zegt daarmee niets over deze stoffen. U heeft testrapporten of ondertekende leveranciersverklaringen nodig die specifiek op de nieuwe eisen zien.
Wanneer het ingaat
De verordening is vastgesteld op 26 november 2025 en geldt sinds 1 januari 2026. De meeste verplichtingen, waaronder het digitale productpaspoort, gaan in op 1 augustus 2030. Tot die datum loopt een overgangsperiode waarin speelgoed dat aan de oude richtlijn voldoet op de markt mag blijven.
Dat 2030 ver weg lijkt is de valkuil. Bent u afhankelijk van leveranciersdata, testcycli, etikettering en listingprocessen, dan kost dat vrijwel altijd meer tijd dan u denkt. De bottleneck zit zelden in het maken van een QR-code, maar in de productdata en de documentatie erachter.
Wat u nu zou regelen
Begin bij uw leveranciers en uw productdata. Leg vast wie welke documentatie levert, breng uw varianten in kaart en zorg dat de informatie op uw eigen kanalen en op handelsplatformen gelijk is. Dat werk is nodig, ongeacht wanneer het paspoort er precies komt.
- Bepaal per product wie de fabrikant is en wie de verantwoordelijke partij in de EU.
- Vraag testrapporten op die op de nieuwe stoffeneisen zien, niet op de oude richtlijn.
- Breng uw varianten in kaart: materiaal, leeftijdsindicatie en waarschuwing per variant.
- Controleer of uw productpagina’s dezelfde informatie tonen als uw listings elders.
- Richt uw documentatie zo in dat u die binnen een redelijke termijn kunt overleggen.
Speelgoed op de markt brengen
Wij bepalen welke eisen op uw speelgoed van toepassing zijn, testen in ons eigen laboratorium en leveren het dossier met de verklaring. Vaste prijs vooraf.
Bekijk het CE-trajectWat de EUDR regelt
De verordening moet voorkomen dat producten die met ontbossing of bosdegradatie samenhangen op de Europese markt terechtkomen. Zij geldt voor een vaste set grondstoffen en voor de daarvan afgeleide producten: rundvee, palmolie, soja, cacao, koffie, natuurlijk rubber en hout uit die ketens.
Voor die categorieën moet u informatie verzamelen over herkomst, legaliteit en geolocatie, de risico’s beoordelen en, afhankelijk van uw rol, een due-diligenceverklaring indienen in het Europese informatiesysteem.
Het bijzondere aan deze verordening is dat de bewijslast bij de keten ligt en dat het bewijs geografisch is. Niet een verklaring dat het goed zit, maar coördinaten van het perceel waar de grondstof vandaan komt.
Wanneer de verplichtingen ingaan
De kernverplichtingen gelden voor grote en middelgrote ondernemingen vanaf 30 december 2026. Voor micro- en kleine ondernemingen schuift dat op naar 30 juni 2027. Die datums zijn het resultaat van twee uitstelrondes, waarvan de laatste is geregeld in Verordening (EU) 2025/2650.
Dat uitstel had een praktische reden: het informatiesysteem waarin de verklaringen worden ingediend, was niet klaar. Inhoudelijk is er niets versoepeld aan wat u moet kunnen aantonen.
Reken het uitstel dus niet als winst. De opgave zit in ketendata die u bij uw leveranciers moet ophalen. Dat kost meer tijd dan de resterende maanden suggereren.
De ingangsdatum van deze verordening is al twee keer verschoven. Werkt u met een intern plan of met een presentatie van vorig jaar, controleer dan of de datums daarin nog kloppen. Wij zien planningen die nog uitgaan van december 2025.
Bent u operator of handelaar?
Een operator brengt een product voor het eerst op de EU-markt of exporteert het vanuit de EU. Die partij voert volledige due diligence uit en dient de verklaring in. Een handelaar verkoopt producten door die al op de markt zijn en heeft lichtere verplichtingen, afhankelijk van de bedrijfsgrootte.
Produceert u binnen de EU met grondstoffen die onder de verordening vallen? Brengt u het eindproduct als eerste op de markt? Dan bent u operator met de volledige plicht. Dat verrast fabrikanten die zichzelf als verwerker zien.
Bepaal die rol als eerste, want zij bepaalt of u coördinaten moet verzamelen en indienen of dat u vooral moet doorgeven en bewaren.
Traceerbaarheid tot op het perceel
De verordening vraagt om geolocatiegegevens van de percelen waar de grondstof is geproduceerd of geoogst. U koppelt uw batches aan die percelen en legt de ketenstappen vast, van boer via verwerker en handelaar naar de fabriek en uiteindelijk de markt.
Dat is een datavraagstuk, geen documentvraagstuk. Een leverancier die een verklaring stuurt maar geen coördinaten kan leveren, brengt u niet verder. En hoe langer de keten, hoe groter de kans dat de gegevens ergens halverwege ophouden.
Begin daarom bij de leveranciers met de langste of de minst transparante keten. Daar zit uw risico, niet bij de partij die u het beste kent.
Valt uw assortiment onder de EUDR?
Laat kort weten wat u inkoopt en waar het vandaan komt. Wij nemen contact op met wat er voor u geldt.
Het due-diligenceproces
U verzamelt eerst de verplichte informatie over legaliteit, ontbossingsvrije herkomst, geolocatie, productiedatum en de betrokken ketenpartners. Daarna beoordeelt u het risico per land, per regio en per leverancier afzonderlijk. Waar nodig treft u maatregelen om dat risico aantoonbaar te verkleinen.
- Informatie verzamelen. Legaliteit, ontbossingsvrij, geolocatie, productiedatum en de partijen in de keten.
- Risico beoordelen. Per herkomstland, regio en leverancier, met onderbouwing van uw oordeel.
- Risico verkleinen. Met aanvullende controles, audits, satellietmonitoring of een andere leverancier.
- Vastleggen. Beslissingen en bewijs systematisch bewaren, met versiebeheer en referenties per zending.
- Indienen. Als operator dient u de verklaring in vóór het product de markt op gaat.
Wat u met leveranciers vastlegt
De praktische kern van dit alles zit in uw inkoopvoorwaarden. Leg daarin vast dat de leverancier coördinaten en legaliteitsbewijzen levert, in welk formaat dat gebeurt en binnen welke termijn. Voeg daaraan toe wat er gebeurt wanneer hij dat niet doet.
Zonder die afspraken bent u afhankelijk van goede wil op het moment dat u het bewijs nodig hebt. Dat moment valt vrijwel altijd samen met een order die weg moet.
Waar u begint
Begin bij de scope. Maak een productlijst met GN-codes en markeer daarin wat onder de verordening valt. Bepaal daarna per artikel wie de eerste plaatsing op de markt doet, want dat bepaalt uw rol en daarmee de omvang van uw verplichtingen.
- Maak een productlijst met GN-codes en markeer de artikelen die binnen de scope vallen.
- Bepaal per artikel of u operator of handelaar bent.
- Vraag leveranciers om perceelcoördinaten en legaliteitsdocumenten, met een termijn erbij.
- Beoordeel het risico per herkomst en leg uw oordeel schriftelijk vast.
- Doe een proefindiening in het informatiesysteem, zodat u de praktische hobbels vroeg tegenkomt.
Uw keten op tijd in kaart
Wij bepalen uw scope en uw rol, richten het due-diligenceproces in en begeleiden de proefindiening. U weet vooraf wat het kost en wanneer u klaar bent.
Bekijk onze dienstenWat er veranderde ten opzichte van 2006
De oude richtlijn ging vooral over inzameling, recycling en verwijdering. De verordening dekt de hele levenscyclus en stelt eisen aan het product zelf: veiligheid, prestaties, etikettering, herkomst van grondstoffen en informatie. Zij werkt bovendien rechtstreeks in alle lidstaten, zonder nationale omzetting.
Verordening (EU) 2023/1542 dateert van 12 juli 2023. Richtlijn 2006/66/EG is ingetrokken met ingang van 18 augustus 2025, met een paar bepalingen die nog doorlopen. Voor u is de kern dat een batterij nu een product is met eigen conformiteitseisen. Het is niet langer vooral een afvalvraagstuk.
Een stationair batterijsysteem voor energieopslag heeft daarbij een eigen definitie. Het is een industriële batterij met interne opslag die is ontworpen om elektriciteit uit het net op te slaan en aan het net te leveren. De tweede variant slaat elektriciteit op voor de eindgebruiker en levert die aan hem. Waar of door wie het systeem wordt gebruikt, maakt voor die definitie niet uit.
De datums die werkelijk gelden
De verordening kent geen enkele ingangsdatum maar een reeks. Het gros van de bepalingen geldt sinds 18 februari 2024. Daarna volgen aparte datums voor de veiligheidsdocumentatie, de etikettering, het batterijpaspoort en de zorgvuldigheidseisen. Die laatste zijn in 2025 met twee jaar verschoven.
| Verplichting | Vanaf | Vindplaats |
|---|---|---|
| Verordening in hoofdzaak van toepassing | 18 feb 2024 | Artikel 96 |
| Veiligheidsdocumentatie stationaire opslag | 18 aug 2024 | Artikel 12, bijlage V |
| Aangemelde instanties en hoofdstuk VI | 18 aug 2024 | Artikel 17, artikel 96 |
| Richtlijn 2006/66/EG ingetrokken | 18 aug 2025 | Artikel 95 |
| Etikettering met algemene informatie | 18 aug 2026 | Artikel 13, bijlage VI |
| Batterijpaspoort | 18 feb 2027 | Artikel 77 |
| Verwijderbare en vervangbare draagbare batterijen | 18 feb 2027 | Artikel 11 |
| Zorgvuldigheidseisen in de keten | 18 aug 2027 | Hoofdstuk VII, Verordening 2025/1561 |
Bij de etikettering zit een voorbehoud in de tekst zelf. Artikel 13 geldt vanaf 18 augustus 2026 of achttien maanden na de inwerkingtreding van de uitvoeringshandeling met de geharmoniseerde specificaties, als dat later is. Controleer dus de stand van die uitvoeringshandeling voordat u uw etiket laat drukken.
Artikel 12 en de elf veiligheidsparameters
Artikel 12 vraagt dat uw technische documentatie sinds 18 augustus 2024 aantoont dat het systeem veilig is bij normaal gebruik. Dat bewijs bestaat uit tests op de veiligheidsparameters van bijlage V, aangevuld met een beoordeling van risico’s die daar niet in staan.
Bijlage V noemt elf parameters: thermische schokwisseltest, externe beveiliging tegen kortsluiting, overlaadbeveiliging, overontlaadbeveiliging, beveiliging tegen te hoge temperaturen, bescherming tegen thermische kettingreactie, mechanische schade door externe invloeden, interne kortsluiting, thermische blootstelling, brandtest en het vrijkomen van gassen.
Twee dingen worden daarbij vaak gemist. Ten eerste gelden de parameters alleen voor zover het bijbehorende risico zich bij uw systeem kan voordoen onder de door u beoogde gebruiksomstandigheden, dus u moet die afbakening onderbouwen. Ten tweede vraagt de verordening om instructies waarmee de gevolgen van een geconstateerd risico worden verkleind, bijvoorbeeld bij brand of explosie.
Leveranciers sturen vaak een testrapport van de cel of van de module. Artikel 12 gaat over het stationaire systeem zoals u het in de handel brengt, inclusief behuizing, besturing en beveiliging. Wie alleen celrapporten in het dossier heeft, mist het niveau waarop de verordening toetst.
CE-markering en de conformiteitsbeoordeling
Batterijen dragen CE-markering. De conformiteitsbeoordeling voor de eisen uit onder meer artikel 12 verloopt bij serieproductie via module A (interne productiecontrole) of via module D1 (kwaliteitsborging van het productieproces). Voor niet in serie gefabriceerde batterijen bestaat daarnaast module G, conformiteit op basis van eenheidskeuring.
De markering wordt aangebracht voordat de batterij in de handel wordt gebracht of in gebruik wordt genomen. Is volgens bijlage VIII een aangemelde instantie betrokken, dan volgt achter de CE-markering het identificatienummer van die instantie.
Let op dat een stationair systeem zelden alleen onder de batterijverordening valt. Afhankelijk van de opbouw spelen ook de laagspanningsrichtlijn, de EMC-richtlijn en bij netgekoppelde omvormers aanvullende eisen. Uw verklaring moet die wetgeving allemaal noemen.
Weet u niet of uw dossier op systeemniveau klopt?
Laat kort weten om wat voor systeem het gaat. Wij nemen contact op met wat wij kunnen doen en wat het kost.
Het batterijpaspoort per 18 februari 2027
Vanaf 18 februari 2027 moet elke industriële batterij met een capaciteit van meer dan 2 kWh een elektronisch dossier hebben, het batterijpaspoort. Dat geldt ook voor batterijen voor lichte vervoermiddelen en voor batterijen van elektrische voertuigen. Vrijwel elk stationair opslagsysteem valt onder die grens.
Het paspoort bevat informatie over het model en over de individuele batterij, inclusief gegevens die uit het gebruik voortkomen. Een deel is openbaar, een deel alleen toegankelijk voor bepaalde partijen. Bijlage XIII bepaalt welke gegevens in welke categorie vallen.
De praktische opgave zit niet in het paspoort zelf, maar in uw data. Serienummers, samenstelling, herkomst en prestatiegegevens moeten per exemplaar herleidbaar zijn. Dat is een vraagstuk voor uw productieregistratie, niet voor een documentmap.
Zorgvuldigheidseisen, uitgesteld naar 2027
De verordening verplicht grotere marktdeelnemers tot een zorgvuldigheidsbeleid voor de herkomst van grondstoffen als lithium, kobalt, nikkel en natuurlijk grafiet. Dat beleid moet extern worden geverifieerd. De verplichting zou gelden vanaf 18 augustus 2025, maar is met twee jaar verschoven naar 18 augustus 2027.
De reden voor het uitstel was praktisch. Er waren nog te weinig erkende verificatie-instanties beschikbaar om het beleid te toetsen. Het uitstel is vastgelegd in Verordening (EU) 2025/1561. De inhoud van de eisen is niet veranderd, alleen het moment waarop zij gaan gelden.
Gebruik die tijd. Wie zijn keten nu al in kaart brengt, hoeft in 2027 alleen nog te laten verifiëren wat er al ligt.
Wat u nu zou regelen
Begin bij artikel 12, want die datum is al twee jaar verstreken. Controleer of uw dossier de veiligheidstests op systeemniveau bevat en of de afbakening van niet-toepasselijke parameters schriftelijk is onderbouwd. Kijk daarna vooruit naar het batterijpaspoort, want dat raakt uw productieregistratie en niet uw documentmap.
- Vraag per systeem op welke veiligheidsparameters uit bijlage V zijn getest en op welk niveau: cel, module of systeem.
- Leg vast waarom een parameter niet van toepassing is. Zonder onderbouwing is dat een gat in het dossier.
- Controleer of uw mitigatie-instructies bij brand of explosie onderdeel zijn van de documentatie.
- Ga na welke andere wetgeving meespeelt en of uw conformiteitsverklaring die allemaal noemt.
- Breng in kaart welke gegevens u per exemplaar registreert. Dat bepaalt of het paspoort in 2027 haalbaar is.
Uw opslagsysteem door de beoordeling
Wij bepalen welke wetgeving op uw systeem van toepassing is, toetsen de testrapporten op systeemniveau en bouwen het dossier waarmee u de verklaring ondertekent. Vaste prijs vooraf.
Bekijk het CE-trajectWat is de PPWR?
De PPWR is de Europese verpakkingsverordening, voluit Verordening (EU) 2025/40. Hij is vastgesteld op 19 december 2024, trad in werking op 11 februari 2025 en is van toepassing sinds 12 augustus 2026. Hij vervangt Richtlijn 94/62/EG, die dertig jaar de basis was.
Dat de verordening pas anderhalf jaar na inwerkingtreding gaat gelden staat in artikel 71.
Het verschil met die richtlijn zit niet alleen in de inhoud. Een richtlijn moest eerst door elke lidstaat in eigen wetgeving worden omgezet, waardoor de eisen per land verschilden. Een verordening geldt in alle lidstaten rechtstreeks en gelijk.
Wat geldt sinds 12 augustus 2026
Sinds 12 augustus 2026 gelden drie soorten verplichtingen: grenswaarden voor stoffen in de verpakking, een unieke markering met de gegevens van de fabrikant en een conformiteitsverklaring met technische documentatie eronder. Het herontwerpen van verpakking hoort daar niet bij. Dat komt pas in 2030.
Hier gaat het in de berichtgeving vaak mis. Wie de koppen las over recyclebaarheid en lege ruimte, denkt dat er nu al aan de verpakking zelf gesleuteld moet worden.
Grenswaarden voor stoffen, artikel 5
Voor elke grenswaarde bewaart u bewijs in uw dossier, in de vorm van een testrapport of een ondertekende leveranciersverklaring.
- Zware metalen. De som van lood, cadmium, kwik en zeswaardig chroom mag ten hoogste 100 mg/kg zijn. Dit geldt voor alle verpakking.
- PFAS, alleen bij voedselcontact. Ten hoogste 25 ppb per afzonderlijke PFAS, 250 ppb voor de som en 50 ppm voor alle PFAS samen inclusief polymere.
- SVHC uit de REACH-kandidatenlijst. Geen boven 0,1 gewichtsprocent. Zijn ze wel aanwezig, vermeld dan welke.
- REACH bijlage XVII en de POP-verordening. De bestaande beperkingen blijven onverkort gelden.
Markering van de verpakking, artikel 15
Verpakking die vanaf 12 augustus 2026 op de markt komt, moet informatie dragen waarmee die uniek te identificeren is: een type-, partij- of serienummer. Een ander identificatiemiddel mag ook. Daarnaast de naam of het geregistreerde handelsmerk van de fabrikant plus het postadres. Dat mag ook via een QR-code of een andere digitale gegevensdrager.
Niet elk onderdeel hoeft afzonderlijk gemarkeerd te worden. Bij een beker met deksel en etiket volstaat het dat de informatie op één onderdeel staat.
Conformiteitsverklaring en dossier, artikel 39
U stelt een EU-conformiteitsverklaring op volgens het model in bijlage VIII, met technische documentatie eronder. De beoordelingsprocedure is module A, interne productiecontrole, uit bijlage VII. U doet dat zelf, er komt geen notified body aan te pas.
Artikel 15, lid 10 geeft u tien dagen om na een met redenen omkleed verzoek uw technische documentatie aan een toezichthouder te overleggen. Dezelfde termijn geldt voor de importeur en voor de gemachtigde. Een dossier dat u pas gaat samenstellen als de brief er ligt, redt u niet.
Wat er met uw voorraad gebeurt
Verpakking die voor 12 augustus 2026 al op de markt is gebracht, mag daar blijven, ook als die niet aan de PPWR voldoet. Verpakking die al is geproduceerd maar nog op voorraad ligt, hoeft niet te worden vernietigd, opnieuw gemaakt of geheretiketteerd.
Dit is de vaakst gestelde vraag. De Commissie beantwoordt hem in de tweede editie van haar FAQ. Op drie punten is die uitzondering begrensd.
- Bij voorraad van voor die datum mogen de unieke identificatie en de fabrikantgegevens in een begeleidend document staan in plaats van op de verpakking zelf.
- Voor verpakking die na 12 augustus 2026 wordt gemaakt, mag dat begeleidende document alleen als het echt niet mogelijk is de informatie op de verpakking aan te brengen.
- Bestaat uw leverancier niet meer of werkt hij niet mee, dan geldt een inspanningsverplichting. Leg vast wat u heeft geprobeerd, want dat is wat u later kunt laten zien.
Wat later komt
De bekendste PPWR-eisen gelden pas later. Minimalisering van verpakking, de recyclebaarheidsklassen, het minimumaandeel gerecycled materiaal en de regel over ten hoogste vijftig procent lege ruimte gaan in op 1 januari 2030. De geharmoniseerde etikettering volgt eerder, op 12 augustus 2028. In 2038 wordt de recyclebaarheid verder aangescherpt.
De Commissie bevestigt in haar FAQ uitdrukkelijk dat artikel 10 over minimalisering in zijn geheel pas per 1 januari 2030 geldt. Tot eind 2029 blijven de essentiële eisen van de oude verpakkingsrichtlijn van kracht.
Het zwaartepunt ligt op 1 januari 2030. Daar komen minimalisering, de recyclebaarheidsklassen, het gerecycled gehalte en de regel over lege ruimte tegelijk binnen. De volledige tijdlijn met de vindplaatsen staat in de tabel hieronder.
Brengt u verpakking als herbruikbaar op de markt, dan gelden de eisen van artikel 11 al sinds 11 februari 2025, de datum van inwerkingtreding. De verplichting om aan een hergebruiksysteem deel te nemen, artikel 27 met bijlage VI, kwam er op 12 augustus 2026 bij.
Alle data op een rij
De volledige tijdlijn op een rij, van de eisen die sinds 12 augustus 2026 gelden tot de stappen die tot 2040 volgen. Per datum staat erbij wat er verandert en voor wie dat geldt, zodat u kunt zien welke eis u nu moet regelen en welke u kunt inplannen.
| Verplichting | Vanaf | Vindplaats |
|---|---|---|
| Eisen aan herbruikbare verpakking | 11 feb 2025 | Artikel 11 |
| Grenswaarden zware metalen en PFAS | 12 aug 2026 | Artikel 5, leden 4 en 5 |
| Unieke markering en fabrikantgegevens | 12 aug 2026 | Artikel 15, leden 5 en 6 |
| Conformiteitsverklaring en dossier | 12 aug 2026 | Artikel 39, bijlage VII en VIII |
| Deelname aan een hergebruiksysteem | 12 aug 2026 | Artikel 27, bijlage VI |
| Minimale omlopen herbruikbare verpakking | 12 feb 2027 | Artikel 11, lid 2 |
| Aparte eis aan verkoopverpakking | 12 feb 2028 | Artikel 24, lid 4 |
| Geharmoniseerde etikettering | 12 aug 2028 | Artikel 12, lid 1 |
| Minimalisering van verpakking | 1 jan 2030 | Artikel 10 |
| Recyclebaarheid klasse A, B of C | 1 jan 2030 | Artikel 6, lid 2 |
| Minimumaandeel gerecycled materiaal | 1 jan 2030 | Artikel 7, lid 1 |
| Ten hoogste 50 procent lege ruimte | 1 jan 2030 | Artikel 24, lid 1 |
| Recyclebaarheid klasse A of B | 1 jan 2038 | Artikel 6, lid 3 |
Twee data staan onder voorbehoud van een uitvoeringshandeling. De regel over lege ruimte gaat in op 1 januari 2030 of drie jaar na de uitvoeringshandeling met de rekenmethode, als dat later is. Die methode komt uiterlijk 12 februari 2028.
Bent u fabrikant?
Onder de PPWR is fabrikant wie zijn naam of merk op de verpakking zet, ook als een ander die maakt of vult. Wie maatwerkverpakking zonder merkopdruk bestelt is dat eveneens, omdat die partij de ontwerpspecificaties bepaalt. De verordening kent geen aparte rol van merkeigenaar.
De reden staat in het guidance-document van de Commissie: die partij heeft de beslissende macht in de contractuele relatie en kan dus de kenmerken van de verpakking bepalen. Dat geldt zelfs als er nog een ander merk op de verpakking staat.
Verkoopt u als importeur onder eigen naam of wijzigt u de verpakking, dan wordt u op grond van artikel 21 eveneens als fabrikant aangemerkt. Laat u in Azië produceren met uw eigen merk erop, dan bent u fabrikant en importeur tegelijk.
Twijfelt u of dit voor uw verpakking geldt?
Laat kort weten waar het over gaat. Wij nemen contact op met wat wij kunnen doen en wat het kost.
Wat u nu zou regelen
Begin bij uw rol en bij de stoffen. Stel per verpakking vast of u fabrikant, importeur of distributeur bent en vraag bij uw leveranciers op welke stoffen erin zitten. Zorg daarna dat u de verklaring en het dossier binnen tien dagen kunt overleggen.
- Stel per verpakking vast welke rol u heeft. Fabrikant, importeur of distributeur. Vaak meerdere tegelijk.
- Vraag per materiaalsoort en per leverancier op welke stoffen erin zitten. Artikel 16 verplicht uw leverancier die informatie te geven, in een taal die u gemakkelijk begrijpt.
- Controleer of elke verpakking een unieke identificatie draagt plus uw naam en postadres.
- Stel de conformiteitsverklaring op volgens bijlage VIII en leg het dossier eronder.
- Zorg dat u dat dossier binnen tien dagen kunt overleggen. Dat is de termijn die telt.
PPWR voor uw verpakking geregeld
Wij brengen uw verpakking in kaart per materiaalsoort en leverancier, halen de stofgegevens bij uw leveranciers op en leveren de verklaring met het dossier eronder. Vaste prijs vooraf.
Bekijk onze PPWR-dienst