De tien stoffen en hun grenswaarden
Bijlage II van richtlijn 2011/65/EU noemt tien stoffen met een maximaal getolereerde concentratie in homogene materialen, uitgedrukt in gewichtsprocent. Negen daarvan hebben een grenswaarde van 0,1 procent van het gewicht. Alleen cadmium ligt tien keer lager, namelijk op 0,01 procent.
| Stof | Grenswaarde |
|---|---|
| Lood | 0,1 % |
| Kwik | 0,1 % |
| Cadmium | 0,01 % |
| Zeswaardig chroom | 0,1 % |
| Polybroombifenylen (PBB) | 0,1 % |
| Polybroomdifenylethers (PBDE) | 0,1 % |
| Bis(2-ethylhexyl)ftalaat (DEHP) | 0,1 % |
| Butylbenzylftalaat (BBP) | 0,1 % |
| Dibutylftalaat (DBP) | 0,1 % |
| Di-isobutylftalaat (DIBP) | 0,1 % |
De laatste vier zijn ftalaten, weekmakers die in kunststof worden gebruikt. Zij zijn later toegevoegd, met een eigen invoeringsdatum voor medische hulpmiddelen en voor meet- en regelapparatuur. Voor andere categorieën gelden zij al langer.
Wat een homogeen materiaal is
De richtlijn definieert een homogeen materiaal als één materiaal van uniforme samenstelling. Ook een materiaal dat niet in afzonderlijke materialen kan worden gescheiden door mechanische handelingen telt mee. Losschroeven, snijden, verbrijzelen, malen en slijpen gelden daarbij als voorbeelden van mechanische handelingen.
Praktisch betekent dat: uw product bestaat uit tientallen tot honderden homogene materialen. De coating op een schroef is er een. Het soldeer op een print is er een. De isolatie van een draad is er een. De kern van diezelfde draad is weer een andere.
De grenswaarde geldt per zo’n materiaal. Niet per component, niet per print en zeker niet per product.
Een product van 800 gram met 0,4 gram lood zit op 0,05 procent en lijkt ruim in orde. Zit dat lood in een soldeerverbinding van 0,5 gram, dan is die verbinding voor 80 procent lood en zakt het product. De vraag is dus niet hoeveel er in zit, maar waar het zit.
Wat dat betekent voor uw dossier
U kunt RoHS niet aantonen met één meting aan het complete product. U hebt onderbouwing nodig per materiaal. Of ten minste per component, met een verklaring van de leverancier daarachter. Dat is een keten van bewijs en geen enkel rapport dat alles dekt.
In de praktijk bouwt u dat op via een stuklijst. Per component legt u vast welke materialen erin zitten en welke onderbouwing u daarvoor hebt: een leveranciersverklaring, een testrapport of een eigen meting. Ontbreekt de onderbouwing bij een component, dan is dat het gat in uw dossier.
Die aanpak schaalt bovendien. Gebruikt u dezelfde connector in tien producten, dan hoeft u die onderbouwing maar één keer te regelen.
Voor welke producten het geldt
De richtlijn geldt voor elektrische en elektronische apparatuur in elf categorieën, van huishoudelijke apparaten en IT-apparatuur tot verlichting, gereedschap, speelgoed, medische hulpmiddelen, meet- en regelapparatuur en automaten. De elfde categorie is een restcategorie voor alles wat niet in de eerste tien past.
Die restcategorie is belangrijk. Zij betekent dat u niet kunt concluderen dat RoHS niet geldt omdat uw product niet in een van de bekende categorieën past. Werkt het op elektriciteit, ga er dan van uit dat het eronder valt tenzij een uitzondering geldt.
Weet u niet of uw RoHS-dossier klopt?
Beschrijf kort het product en wat u aan onderbouwing heeft. Wij nemen contact op met wat er nog nodig is.
Hoe u het aantoont
Er zijn drie niveaus van bewijs, die u meestal combineert. Een verklaring van de leverancier met een stoffenlijst. Een screening met een handmeter. En een laboratoriumanalyse per materiaal. Alleen dat laatste is een echte meting, de eerste twee zijn indicaties.
- Leveranciersverklaring. Snel en goedkoop, maar zo betrouwbaar als de leverancier. Vraag om de onderliggende rapporten.
- Screening met een handmeter. Geeft snel aan waar zware metalen zitten, maar meet aan het oppervlak en herkent ftalaten niet.
- Laboratoriumanalyse. Per homogeen materiaal, met ontsluiting en analyse. Dit is het bewijs dat standhoudt.
De verstandige route is een combinatie. Screening om risicoplekken te vinden, leveranciersverklaringen voor het gros en laboratoriumanalyse voor de materialen waar het risico zit of waar de onderbouwing ontbreekt.
Het verschil met REACH
RoHS en REACH worden vaak door elkaar gehaald. RoHS beperkt tien specifieke stoffen in elektrische apparatuur, per homogeen materiaal. REACH werkt breder, over alle producten, met een groeiende lijst zeer zorgwekkende stoffen en een informatieplicht boven 0,1 procent per voorwerp.
Ze sluiten elkaar niet uit. Een elektrisch product valt onder beide. Uw RoHS-onderbouwing zegt dus niets over uw REACH-positie. Omgekeerd geldt hetzelfde.
Wat u regelt
Begin bij een stuklijst met de materialen per component. Zoek daarna per component uit welke onderbouwing u hebt en waar die ontbreekt. Laat testen op de plekken met het hoogste risico: soldeer, coatings, kabelisolatie, kunststof met weekmakers en gekleurde onderdelen.
- Maak een stuklijst met per component de materialen die erin zitten.
- Vraag per leverancier een verklaring op, met de onderliggende rapporten erbij.
- Screen het product om te zien waar zware metalen zitten en waar u dieper moet kijken.
- Laat de risicoplekken per homogeen materiaal analyseren in een laboratorium.
- Leg de keten vast in uw dossier, zodat een controleur van component naar bewijs kan lopen.
Van stuklijst naar sluitend dossier
Wij bouwen de keten op: stuklijst, leveranciersverklaringen, screening en analyse waar het nodig is. U krijgt een dossier waarin elk materiaal een bron heeft. Vaste prijs vooraf.
Bekijk onze diensten- Richtlijn 2011/65/EU, geconsolideerde tekst met bijlage II en de definitie van homogeen materiaal , tekst op EUR-Lex
- Gedelegeerde richtlijn (EU) 2015/863, waarmee de vier ftalaten aan bijlage II zijn toegevoegd , tekst op EUR-Lex
Jurist met een achtergrond in e-commerce. Schrijft over de regels die hij dagelijks toepast in dossiers voor merken en fabrikanten. Meer over Francois